Engels
were
Nederlands
zaten, werden, was

Voorbeeldzinnen

WoordVoorbeeldVertaling
amVoorbeeldI am a boy.VertalingIk ben een jongen.
isVoorbeeldShe is a girl and I am a boy.VertalingZij is een meisje en ik ben een jongen.
areVoorbeeldYou are men and I am a girl.VertalingJullie zijn mannen en ik ben een meisje.
wasVoorbeeldThe car that was on the street was red.VertalingDe auto die op straat stond, was rood.
wasVoorbeeldThe car that was on the street was red.VertalingDe auto die op straat stond, was rood.
wereVoorbeeldThe boys were at my sister's house Thursday night.VertalingDe jongens waren donderdagavond bij mijn zus thuis.
beenVoorbeeldHe has never been abroad.VertalingHij is nooit in het buitenland geweest.
beVoorbeeldIt is going to be a night to remember.VertalingHet gaat een onvergetelijke avond worden.

vervoeging van be

PersonPresentPast
Iamwas
he/she/itiswas
you/we/theyarewere
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.