Engels
wear
Nederlands
dragen, aanhebben, draag

Voorbeeldzinnen

WoordVoorbeeldVertaling
wearsVoorbeeldShe wears an orange dress.VertalingZij draagt een oranje jurk.
wearVoorbeeldI wear a shirt and a skirt.VertalingIk draag een hemd en een rok.
wearingVoorbeeldShe is wearing the same dress that she had on yesterday.VertalingZij draagt dezelfde jurk die ze gister aan had.

vervoeging van wear

PersonPresentPast
Iwearwore
he/she/itwearswore
you/we/theywearwore
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.