Engels
use
Nederlands
gebruiken, gebruik, gebruikt

Voorbeeldzinnen

WoordVoorbeeldVertaling
usesVoorbeeldMy brother uses this bicycle.VertalingMijn broer gebruikt deze fiets.
useVoorbeeldI use the plate.VertalingIk gebruik het bord.
usedVoorbeeldThey used to have a lamp at their house.VertalingZe hadden vroeger een lamp bij hen thuis.
useVoorbeeldWhy did he use the fork to eat the soup?VertalingWaarom heeft hij de vork gebruikt om de soep te eten?

vervoeging van use

PersonPresentPast
Iuseused
he/she/itusesused
you/we/theyuseused
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.