Engels

travels

Nederlands
reist

Voorbeeldzinnen

WoordVoorbeeldVertaling
travelsVoorbeeldFor his culture, it is necessary that he travels.VertalingVoor zijn cultuur is het nodig dat hij reist.
travelVoorbeeldThey travel between the town and the beaches.VertalingZij reizen tussen de stad en de stranden.

vervoeging van travel

PersonPresentPast
Itraveltravelledtraveled
he/she/ittravelstravelledtraveled
you/we/theytraveltravelledtraveled
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.