Engels

they

Nederlands
ze, men, zij

Voorbeeldzinnen

WoordVoorbeeldVertaling
himVoorbeeldShe reads him a newspaper.VertalingZij leest hem een krant voor.
heVoorbeeldHe is a man and I am a boy.VertalingHij is een man en ik ben een jongen.
itVoorbeeldIt is a sandwich.VertalingHet is een boterham.
itVoorbeeldThe elephant eats it.VertalingDe olifant eet het.
sheVoorbeeldShe is a girl and I am a boy.VertalingZij is een meisje en ik ben een jongen.
herVoorbeeldI read her a book.VertalingIk lees een boek aan haar voor.
meVoorbeeldThe woman reads me the book.VertalingDe vrouw leest mij het boek voor.
IVoorbeeldI am a boy.VertalingIk ben een jongen.
weVoorbeeldWe eat and we drink.VertalingWij eten en wij drinken.
usVoorbeeldHe reads us a book.VertalingHij leest ons een boek voor.
theyVoorbeeldThey read the newspaper.VertalingZij lezen de krant.
themVoorbeeldYou read them a book.VertalingJij leest hun een boek voor.
youVoorbeeldGood morning, how are you?VertalingGoedemorgen, hoe gaat het?
youVoorbeeldHe reads you a menu.VertalingHij leest jullie een menu voor.
youVoorbeeldNo, thank you.VertalingNee, dank u wel.
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.