Engels

speak

Nederlands
zeg, spreken, praat

Voorbeeldzinnen

WoordVoorbeeldVertaling
speaksVoorbeeldThe boy speaks English.VertalingDe jongen spreekt Engels.
speakVoorbeeldYes, I speak English.VertalingJa, ik spreek Engels.
spokeVoorbeeldIt was necessary that I spoke.VertalingHet was noodzakelijk dat ik sprak.
spokenVoorbeeldMy mother has spoken to the teacher.VertalingMijn moeder heeft met de leraar gesproken.
speakingVoorbeeldThe rich woman seems to think that speaking is a competition.VertalingDe rijke vrouw lijkt te denken dat spreken een wedstrijd is.
speakVoorbeeldWhy did he not speak to her on the phone?VertalingWaarom heeft hij niet met haar aan de telefoon gesproken?

vervoeging van speak

PersonPresentPast
Ispeakspoke
he/she/itspeaksspoke
you/we/theyspeakspoke
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.