sell

Vertaling
verkoopt, verkopen, verkoop
She
zij
ze
is
isgoing
gaat
ligt
wordt
zit
going
isgoing
gaat
gaat
aan het gaan
ga jij
to
sell...to
verkopen aan
om
bij
tegen
sell
sell...to
verkopen aan
verkopen
verkoopt
verkoop
fruit
fruit
vruchten
vrucht
.
Zij gaat fruit verkopen.
0 Reacties
Will
zal
zullen
zul
you
jij
jullie
u
sell
sell...to
verkopen aan
verkopen
verkoopt
verkoop
your
jouw
je
uw
house
huis
huisje
huizes
to
sell...to
verkopen aan
aan
om
bij
him
hem
?
Zal jij jouw huis aan hem verkopen?
0 Reacties
He
hij
wants
wil
wilt
willen
to
sell...to
verkopen aan
tot en met
om
bij
sell
sell...to
verkopen aan
verkopen
verkoopt
verkoop
his
zijn
car
auto
,
and
en
I
ik
want
wantto
wil
wilt
willen
wil
wilt
willen
to
sell...to
verkopen aan
wil
wilt
willen
tot en met
om
bij
buy
kopen
koop
koopt
one
een
één
ene
.
Hij wil zijn auto verkopen, en ik wil er een kopen.
2 Reacties
Toon meer zinnen
PersonPresentPast
Isellsold
he/she/itsellssold
you/we/theysellsold
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.