place

Vertaling
zetten, leg, locatie
You
jij
jullie
u
are
aregoingto
zullen
gaan
gaan naar
gaat
gaan
ben
bent
worden
going
aregoingto
zullen
gaan
gaan naar
gaat
gaan
gaat
ga jij
gaan
to
aregoingto
zullen
gaan
gaan naar
zetten
om
bij
tegen
place
toplace
zetten
zetten
leg
locatie
the
de
het
plates
borden
platen
on
op
aan
's
the
de
het
table
tafel
.
Jij gaat de borden op de tafel zetten.
0 Reacties
We
wij
we
are
aregoingto
gaan
gaan naar
zullen
gaan
gaat
ben
bent
worden
going
aregoingto
gaan
gaan naar
zullen
gaan
gaat
gaan
aan het gaan
ga jij
to
aregoingto
gaan
gaan naar
zullen
zetten
om
bij
tegen
place
toplace
zetten
zetten
leggen
leg
the
thefruit
het fruit
de vrucht
het
de
fruit
thefruit
het fruit
de vrucht
fruit
vrucht
vruchten
on
ontopof
op
boven
erop
op
aan
's
top
ontopof
op
boven
erop
bovenop
bovenaan
top
of
ontopof
op
boven
over
aan
van
the
het
de
cheese
kaas
kaasje
.
Wij gaan het fruit op de kaas zetten.
1 Reactie
They
zij
ze
men
have
haveto
moeten
hoef
hoeft
hoeven
laat
heb
to
haveto
moeten
hoef
hoeft
om
bij
tegen
place
toplace
zetten
zetten
neerzetten
leg
the
de
het
meal
maaltijd
maal
eten
on
op
aan
's
the
de
het
table
tafel
.
Zij moeten de maaltijd op de tafel zetten.
3 Reacties
Toon meer zinnen

Alle vervoegingen van place

PersonPresentPast
Iplaceplaced
he/she/itplacesplaced
you/we/theyplaceplaced
Leer Engels in slechts 5 minuten per dag. Gratis.